Home Regle¬≠men¬≠tenStatuten → Artikel 8: Einde lidmaatschap

Arti­kel 8: Ein­de lidmaatschap

1. Het lidmaatschap van Verenigingen eindigt:
a. wanneer het lid ophoudt te bestaan;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door het Bondsbestuur namens de Bond;
d. door ontzetting (royement).
Het lidmaatschap van Verenigingsleden, Persoonlijke leden en andere natuurlijke personen eindigt:
a. door overlijden;
b. door opzegging door het desbetreffende lid;
c. door opzegging door het Bondsbestuur namens de Bond;
d. door ontzetting (royement).
Behalve in het geval van overlijden, opzegging of royement door de Bond, eindigt het lidmaatschap niet als zij uit andere hoofde lid zijn of blijven van de Bond.
2. Opzegging namens de Bond kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de in de statuten of bij reglement vermelde vereisten voor het lidmaatschap te voldoen, of wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de Bond niet nakomt, alsmede wanneer van de Bond redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.
3.
a. Opzegging van het lidmaatschap namens het lid of namens de Bond kan slechts geschieden tegen het einde van het Verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken.
b. Een opzegging in strijd met het onder a. bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
c. Opzegging geschiedt per aangetekend schrijven.
Bij opzegging namens de Bond dient de kennisgeving van de opzegging de reden te vermelden welke tot de opzegging leidde.
d. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap namens de Bond staat de betrokkene, binnen vier weken na ontvangst van het in c. genoemde schrijven, beroep open.
e. Een opzegging dient te geschieden overeenkomstig c. en binnen een maand nadat het bedoelde besluit aan het lid bekend is geworden of is medegedeeld.
f. Behalve in het geval dat een lid heeft opgehouden te bestaan, of dat het lid is overleden, wordt een lid dat heeft opgezegd geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het einde van het Verenigingsjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de Bond of zijn organen, of zolang enige aangelegenheid waarbij het lid betrokken is niet is afgewikkeld, de ten uitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan het betrokken lid geen rechten uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan, in zoverre dit in gestelde aangelegenheden krachtens de statuten of reglementen mogelijk is.
4. Bestuurders, deel uitmakend van een lid dat ophoudt te bestaan worden, indien sprake is van faillissement gedurende vijf jaren uitgesloten voor het vervullen van functies binnen de Bond, dan wel voor het vervullen van functies bij zijn Verenigingen (als bedoeld in artikel 3 lid 5 van de statuten). Indien een lid ophoudt te bestaan en geen sprake is van faillissement, worden de bestuurders deel uitmakend van het lid dat ophoudt te bestaan uitgesloten voor het vervullen van functies bij de Bond en leden van de Bond voor de duur van drie jaren.
5. Royement geschiedt door de Tuchtcommissie van het Instituut Sportrechtspraak en de Commissie van Beroep van het Instituut Sportrechtspraak, voor zover het gaat om zaken die betrekking hebben op doping, matchfixing en/of seksuele intimidatie. Voor overige zaken zijn de Tuchtcommissie en Commissie van Beroep van de Bond bevoegd om een lid uit het lidmaatschap te ontzetten (royeren).

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:47