Portret van Jan Bruijsten, die afgelopen week op 66-jarige leeftijd is overleden.
Portret van Jan Bruijsten, die afgelopen week op 66-jarige leeftijd is overleden. — © IJshockeyfoto.nl/Paul Nicolaassen

17 juni 202411:45

Door Joep Meijsen

Portret: Topgoalie Jan Bruijsten (66) overleden

Oud-doelman van Nijmegen, Rotterdam en Oranje Jan Bruijsten is afgelopen week plotseling op 66-jarige leeftijd overleden. IJshockeynederland.nl sprak met vier voormalige teamgenoten en schetst een portret van een van de beste goalies die Nederland ooit heeft voortgebracht. ‘Er was geen fijnere keeper dan Jan. Hij straalde rust uit, communiceerde perfect met zijn verdedigers en was ijskoud.’

Jan Bruijsten is een van de bekendste namen in de geschiedenis van het Nijmeegse ijshockey. Onlosmakelijk verbonden aan de succesperiode vanaf eind jaren zeventig. Hij vierde later ook grote successen bij Rotterdam en was tien jaar lang een vaste waarde in de nationale ploeg. Bruijsten debuteerde op 26 april 1980 in Dundee voor Oranje in de 8-2 zege van Nederland op Groot-Brittannië en sloot zijn loopbaan in 1990 af op het WK voor B-landen in het Franse Lyon.

Verdediger Fred Homburg speelde het grootste deel van zijn loopbaan samen met Bruijsten. Hij herinnert zich hoe in zijn jeugd kinderen begonnen met ijshockey. ‘Heel veel jeugd uit de buurt ging toen schaatsen op de oude ijsbaan. Alex Andjelic was toen de beheerder van de ijsbaan en was er altijd om te kijken of er iemand tussen zat.’ Bruijsten zat al een jaar bij het eerste team toen Homburg bij het eerste team kwam. ‘Dat waren nog de jaren van Nationale Nederlanden, de ploeg was echt nog in opbouw. Jan werd van enorme waarde voor de ploeg die uiteindelijk in 1984 voor het eerst kampioen werd en het grote Heerenveen onttroonde.’

Bron van kalmte

De twee trainden veel samen, ook tussen de middag. ‘De laatste tien minuten moest ik altijd alleen met hem oefenen. Legden we een serie pucks op de blauwe lijn en hij schaatste tussen de bank en het doel. Ik schoot dan op het juiste moment, zodat hij glijdend de save kon maken. Dat kwam nog een keer goed van pas toen Leo Koopmans van Heerenveen een vrije schotkans had. Hij maakte de save met de stick en wij scoorden direct aan de andere kant.’

Alle oud-teamgenoten van Bruijsten omschrijven hem als een bron van kalmte in het doel. Ook Homburg. ‘Hij was groot en vulde met zijn postuur de goal helemaal. En was ijskoud. Ik doe mijn best, meer kan ik niet doen, zei hij voor iedere wedstrijd. Er was geen fijnere keeper dan Jan. Hij straalde rust uit en communiceerde altijd perfect met zijn verdedigers.’

Dat is ook de herinnering van Robert Herckenrath, die halverwege de jaren tachtig debuteerde voor Nijmegen en ook in Rotterdam samenspeelde met Bruijsten. ‘Ik was 15 jaar oud toen ik voor het eerst met het eerste team meetrainde, maar toen kende ik Jan al. Hij werkte namens de gemeente in de grote sporthal in Nijmegen, waardoor eigenlijk iedereen hem al kende. Hele rustige man, soort vaderfiguur.’

Rechtsonder de puckmachine van Alex Andjelic
Rechtsonder de puckmachine van Alex Andjelic — © Facebook

Positionering en reflexen

Een type goalie zoals die inmiddels niet meer bestaat, een stand-up-goalie die het moest hebben van zijn positionering en sterke reflexen. ‘Zijn vanghand was zijn kracht, herinnert Herckenrath zich. ‘Hij liet daar altijd wat extra ruimte open om de tegenstander uit te dagen en pakte de puck altijd. Hij ving echt de meest onmogelijke pucks. In de kleedkamer was hij altijd heel rustig, maar als hij iets zei, luisterde iedereen. Een kei van een kerel.’ Succesvol ook. Bruijsten won met Nijmegen en Rotterdam kampioenschappen en bekers en werd tijdens het WK in Boedapest in 1983 uitgeroepen tot beste goalie van het toernooi.

Bruijsten was al lang een vaste waarde bij Nijmegen toen Robbert Prick van Wely op jonge leeftijd zijn debuut maakte. ‘Hij had een goed overzicht en de gave om iedereen goed neer te zetten. Dat moest ook, want als een aanvaller doorbrak kwam hij zijn doel uit. Door zijn postuur en omdat hij een staande goalie was kon hij de hoek heel klein maken, maar dan moeten de verdedigers er wel voor zorgen dat de aanvaller de puck niet kan afleggen’

‘Een zeer goede goalie’, zegt ook recordinternational Ron Berteling, die bij Oranje en Rotterdam met Bruijsten speelde. Maar ook vaak tegen hem. ‘Ik werd soms helemaal gek van hem. Hij wist precies waar ik wilde schieten en was niet te foppen. Enorm belangrijk voor zijn teams. Hij kon echt wedstrijden voor je winnen in een tijd dat er in Nederland echt heel veel goede ijshockeyers rondreden. Ik ben er trots op dat ik met hem heb mogen spelen, hij heeft een geweldige loopbaan gehad.’

Bruijsten was ook een goalie die voor zichzelf en zijn teamgenoten opkwam, herinneren zijn voormalige teamgenoten zich. ‘Je kon als speler niet op hem doorschaatsen als hij zijn handschoen op de puck had liggen. Zijn stick was altijd omhoog.’ Dat Bruijsten kon uitdelen, weet ook Homburg. ‘Dat zijn dingen die nu niet meer kunnen, maar we sloegen tegenstanders die voor het doel kwamen bont en blauw en daar deed Jan ook aan mee.’

Prick van Wely illustreert het met een anekdote. ‘Ik was nog heel jong en klein toen ik debuteerde. Nog een jongetje. In een wedstrijd tegen Amsterdam probeerde ik de stick te liften van William Klooster, die was 1,90 meter en 110 kilo. Ik moest dus extra kracht zetten, maar hij draaide zich net om, waardoor ik hem per ongeluk vol onder zijn kin raakte. Die was daar niet blij mee, zeker niet met een klein mannetje met zijn masker nog op. Hij wilde uithalen, maar Jan was zijn doel al uitgekomen en stond met zijn blokker tegen de borst van William. Hij was ook beschermend voor zijn teamgenoten.’

Jan Bruijsten droeg het hele seizoen hetzelfde shirt, dat pas in de zomer werd gewassen

— Robert Herckenrath

Puckmachine

Bruijsten was ook een goalie die tijdens zijn loopbaan steeds beter werd. Dat had voor een deel te maken met coach Alex Andjelic, die altijd bezig was met het ontwikkelen van zijn spelers. Een verhaal komt in de gesprekken met zijn drie oud-teamgenoten bij Nijmegen te sprake. Herckenrath. ‘Alex wilde altijd de nieuwste dingen proberen. Zo kwam hij op de proppen met een machine die pucks afschoot. Jan pakte de eerste serie makkelijker en lachte Alex een beetje uit. Die draaide direct de machine vol open. Kwamen die pucks met enorme snelheid op Jan af. Die wist niet hoe snel hij uit het doel moest schaatsen.’

De toen 27-jarige Bruijsten gaf in 1985 zelf in een interview met Algemeen Dagblad een inkijkje in zijn ontwikkeling als goalie. Daarin prees hij de rol van de Canadees Scott Lacy in zijn ontwikkeling. ‘Hij had in Canada als assistent-coach gewerkt bij een universiteitsteam en zich daar alleen met de doelmannen beziggehouden. De oefenstof waar hij over beschikte was fantastisch. Het is jammer dat hij niet wat eerder kwam. Keepers kunnen alleen goed worden getraind door iemand die vroeger in het doel heeft gestaan.’

Hoewel hij als goalie een bron van rust was voor de teams waarin hij speelde, had Bruijsten wel het nodige bijgeloof. Prick van Wely: ‘Hij was altijd als eerste op de ijsbaan en lag als eerste op de massagebank.’ Homburg vult aan: ‘Hij tapete zijn stick altijd op een bepaalde manier. We moesten ook altijd op een bepaalde volgorde het ijs op, op het juiste moment op zijn legguard slaan. Een heel gedoe’ En dan was er nog dat oude shirt van Nationale Nederlanden dat hij iedere wedstrijd droeg. ‘Een shirt met de mouwen afgeknipt’, vertelt Herckenrath. ‘Die stond tijdens het seizoen gewoon helemaal stijf, want alleen in de zomer werd hij een keer gewassen. Zo, die is weer helemaal schoon, zei hij dan.’

Echte familieman

Jan Bruijsten was ook altijd in voor een lolletje. ‘Hij had een enorm talent voor positionering en geweldige reflexen, maar het was geen trainingsdier’, zegt Homburg. ‘Voor Alex waren fysiek en conditie heel belangrijk. Ik herinner me nog een keer dat we tijdens de zomertraining moesten gaan fietsen. Kwam Jan op de motor aan.’ Zijn voorliefde voor auto’s komt ook in de verschillende gesprekken naar voren. ‘Bij het Nederlands team bracht hij zijn auto altijd opzettelijk in de slip als hij kwam aanrijden , zodat de auto helemaal draaide’, legt Berteling uit. ‘Hij las altijd de nieuwste autobladen en had om de twee jaar een nieuwe Fort Escort’, vult Homburg aan.

De oud-teamgenoten omschrijven hem ook als een echte familieman, die zijn liefde voor ijshockey heeft overgedragen aan zijn zoons Kevin en Mitch, die uitgroeiden tot twee van de beste Nederlandse ijshockeyers van de afgelopen twintig jaar. Kevin werd geboren toen Jan met Oranje in Australië was. Homburg: ’Met de kinderen was hij altijd onderweg voor het ijshockey.’ ‘Zijn zoons hebben zijn genen’, zegt Berteling.

Tijdens zijn loopbaan, maar ook lang daarna bleef Jan Bruijsten in Nijmegen een bekende figuur. Als beheerder van sporthallen namens de gemeente kwam iedere sportliefhebber hem wel tegen. Ook was hij als goaliecoach regelmatig betrokken bij de ijshockeysport. Bruijsten zou over twee maanden met pensioen gaan. De uitvaart vindt komende donderdag plaats. Namens bestuur, werknemers en vrijwilligers van IJshockey Nederland wensen we zijn vrouw José, zijn zoons Kevin en Mitch, alsmede alle andere familieleden, vrienden en bekenden van Jan Bruijsten veel sterkte met het verwerken van dit enorme verlies.

Jan Bruijsten
Jan Bruijsten — © IJshockeyfoto.nl/Paul Nicolaassen