Home Regle¬≠men¬≠tenTuchtreglement → Artikel 1: Algemene bepalingen, reikwijdte van het reglement

Arti­kel 1: Alge­me­ne bepa­lin­gen, reik­wijd­te van het reglement

1. Met uitzondering van overtredingen op het gebied van seksuele intimidatie en doping is dit tuchtreglement van de bond van toepassing. Wanneer wordt gesproken over de tuchtrechtspraak van de bond, gaat het om geschillen die geen betrekking hebben op doping en, of seksuele intimidatie maar om overtredingen van de statuten, van de reglementen en/of van besluiten van de bond op het gebied van alle andere onderwerpen. Overtredingen seksuele intimidatie en doping betreffende worden met inachtneming van het bepaalde in de statuten berecht door het Instituut Sportrechtspraak, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2c van de betreffende Tuchtreglementen en van het Dopingreglement van het Instituut Sportrechtspraak.
2. Met betrekking tot de aan het Instituut Sportrechtspraak opgedragen tuchtrechtspraak en geschillenbeslechting op het gebied van seksuele intimidatie en doping, gelden de desbetreffende reglementen van het Instituut Sportrechtspraak als de van toepassing zijnde reglementen van de bond, welke reglementen door het bestuur van het Instituut Sportrechtspraak worden vastgesteld en gewijzigd.
3. Dit tuchtreglement (‚Äėhet tuchtreglement IJshockey Nederland‚Äô) is dus niet van toepassing op overtredingen inzake doping en, of seksuele intimidatie.
4. De tuchtrechtspraak, voor alle andere zaken dan op het gebied van doping en seksuele intimidatie, in de bond geschiedt, krachtens dit reglement.
5. Aan de tuchtrechtspraak ingevolge dit reglement zijn onderworpen, de leden van de bond, als bedoeld in de statuten.
6.
a. Het is verenigingen (zoals bepaald in artikel 3 lid 5) van de bond verboden personen die geen lid zijn aan wedstrijden, trainingen of enige andere vorm van beoefening der ijs- en inlinehockeysport te laten deelnemen of anderszins van de voordelen van het lidmaatschap of aangesloten zijn bij een gewoon lid van de bond te laten genieten.
b. Het is verenigingen (zoals bepaald in artikel 3 lid 5) van de bond verboden hun leiding, in welke vorm en onder welke naam dan ook, geheel of gedeeltelijk op te dragen aan of feitelijk te doen geschieden door niet-leden.
c. Het is de verenigingen (zoals bepaald in artikel 3 lid 5) van de bond verboden niet-leden als oefenmeesters, verzorgers, leiders, begeleiders of officials van hun leden aan te stellen of feitelijk als zodanig te laten optreden of werkzaam te zijn.
7. Ingevolge dit reglement kunnen straffen en maatregelen worden opgelegd, ook indien terzake van dezelfde gedraging vanwege het Openbaar Ministerie een strafvervolging is of zal worden aangevangen of reeds enige straf is opgelegd of anderszins enige straf of tuchtmaatregel is genomen, daaronder begrepen een bestraffing of andere maatregel door of vanwege een vereniging of stichting of een scheidsrechter alsmede maatregelen van enig bondsorgaan.

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:48