Home Regle¬≠men¬≠tenTuchtreglement → Artikel 11: Herziening

Arti­kel 11: Herziening

1. Een persoon, vereniging of stichting aan wie een tuchtmaatregel is opgelegd waartegen geen hoger beroep meer openstaat, kan gehele of gedeeltelijke herziening daarvan verzoeken op grond van feiten of omstandigheden, welke bij de behandeling niet ter kennis van de tuchtcommissie respectievelijk van de commissie van beroep waren gekomen.
2. Het verzoek om herziening moet schriftelijk worden gedaan bij de voorzitter van de commissie welke de tuchtmaatregel heeft opgelegd en dient een nauwkeurige opgave te bevatten van de feiten en omstandigheden, alsmede de bewijsstukken, waarop het verzoek is gegrond.
3. De voorzitter van de bevoegde commissie gaat vooreerst na of de schriftelijke aanvrage en de daarbij overlegde bewijsstukken en bekend geworden feiten voldoende grond zijn voor een hernieuwde behandeling.
Hij deelt zo spoedig mogelijk zijn bevindingen mede aan de verzoeker, alsmede aan de commissie.
4. Indien de voorzitter van de betreffende commissie van oordeel is, dat er voldoende grond aanwezig is voor een hernieuwde behandeling, dan vindt deze zoveel mogelijk plaats overeenkomstig het bij of krachtens het tuchtreglement bepaalde, met dien verstande dat de zaak geacht moet worden te zijn aangevangen door het verzoek overeenkomstig artikel 9.2.

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:48