Home Regle¬≠men¬≠tenArbitragereglement → Artikel 11: Conclusies

Arti­kel 11: Conclusies

1.
a. De secretaris zendt van het binnengekomen verzoekschrift een exemplaar aan gedaagde onder mededeling dat met inachtneming van het bepaalde in lid 4 een conclusie van antwoord kan worden ingediend.
b. Indien de gedaagde een tegenvordering aanhangig wenst te maken kan dit geschieden door de tegenvordering (eis in reconventie) in de conclusie van antwoord op te nemen. In dat geval is het bepaalde in artikel 9 lid 3 van overeenkomstige toepassing.
2. Na een conclusie van antwoord kan de eisende partij, met toestemming van de voorzitter van de arbitragecommissie, een conclusie van repliek nemen, in welk geval de gedaagde een conclusie van dupliek mag nemen.
3. Met de toestemming van de voorzitter van de arbitragecommissie kunnen partijen zo nodig nadere conclusies, akten of andere stukken overleggen.
4.
a. Iedere conclusie of stuk wordt bij de secretaris in tweevoud ingediend.
b. Iedere partij wordt voor het nemen van een conclusie of het overleggen van een stuk een termijn van twee weken gegund, welke slechts éénmaal met een termijn van twee weken kan worden verlengd. In bijzondere omstandig¬heden kan de voorzitter van de arbitragecommissie nog een nader uitstel verlenen.
5. Elk geschil wordt mondeling behandeld, nadat de conclusies zijn gewisseld, tenzij beide partijen en/of arbitragecommissie een mondelinge behandeling niet noodzakelijk acht(en).
6. Indien, nadat de arbitragecommissie van een geschil kennis heeft genomen, partijen dit geschil alsnog door een minnelijke schikking wensen te regelen of geregeld hebben, dienen zij daarvan terstond kennis te geven aan de secretaris.

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:48