Home Regle¬≠men¬≠tenArbitragereglement → Artikel 14: Getuigen en deskundigen

Arti­kel 14: Getui­gen en deskundigen

1.
a. Leden van de bond en eigen leden c.q. aangeslotenen van de leden van de bond, die als getuigen worden opgeroepen, zijn verplicht te verschijnen.
b. Partijen kunnen ook personen die geen lid zijn van de bond of geen eigen lid c.q. aangeslotene van de leden van de bond zijn, als getuige doen oproepen. Aan hen dient schriftelijk te worden meegedeeld dat zij niet verplicht zijn te verschijnen, doch dat in geval van verschijning het bepaalde in lid 2 op hen van toepassing is.
c. Indien een getuige die geen lid is van de bond, noch eigen lid of aangeslotene is van de leden van de bond niet vrijwillig verschijnt of weigert de eed of een verklaring af te leggen, kan de meest gerede partij zich bij verzoekschrift wenden tot de Arrondissementsrechtbank van het arrondissement waarin dat getuigenverhoor is bevolen, met het verzoek een rechter-commissaris te benoemen voor wie het getuigenverhoor zal worden gehouden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1041 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.
a. De arbitragecommissie kan getuigen onder ede horen.
b. Een getuige is verplicht om naar waarheid te verklaren alsmede om, indien de voorzitter van de arbitragecommissie dit verlangt, ter bevestiging van de juistheid van zijn verklaring een schriftelijke zakelijke samenvatting ervan met zijn handtekening te bekrachtigen.
c. De voorzitter van de arbitragecommissie wijst de getuigen vooraf op deze verplichtingen.
3.
a. Het verhoor geschiedt in tegenwoordigheid van de betrokken partijen en hun raadslieden. Zij worden in de gelegenheid gesteld aan de getuigen vragen te stellen mits deze vragen naar het oordeel van de arbitragecommissie terzake dienende zijn.
b. Van hun verklaring wordt schriftelijk een zakelijke samenvatting gemaakt.
4.
a. Wanneer de arbitragecommissie dit gewenst acht, kan zij één of meer deskundigen benoemen met het verzoek schriftelijk of mondeling rapport uit te brengen.
b. De benoeming van de deskundige(n) en de omschrijving van de verstrekte opdracht worden aanstonds door de secretaris aan partijen medegedeeld.
c. De arbitragecommissie kan een comparitie gelasten, teneinde partijen te raadplegen over de aan de deskundige(n) te verstrekken opdracht.
d. Ingeval door de deskundige(n) schriftelijk rapport wordt uitgebracht, zendt de secretaris hiervan een afschrift aan partijen.

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:48