Home Regle¬≠men¬≠tenArbitragereglement → Artikel 15: Spoedgeschillen

Arti­kel 15: Spoedgeschillen

1.
a. In alle zaken, waarin uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, kan de eisende partij de algemeen voorzitter verzoeken een geschil als spoedgeschil te behandelen.
b. Dit verzoek dient bij het aanhangig maken van het geschil, als bedoeld in artikel 10, te worden gedaan.
2. Indien het verzoek wordt afgewezen, zal dit bij aangetekend schrijven aan de eisende partij worden medegedeeld. Deze kan daarna verzoeken de behandeling van het geschil op gewone wijze voort te zetten.
3.
a. Indien het verzoek wordt ingewilligd, zal de voorzitter van de benoemde arbitragecommissie terstond een datum bepalen voor de mondelinge behandeling. In afwijking van artikel 11 worden geen schriftelijke conclusies gewisseld.
b. De secretaris roept partijen op onder toezending van een afschrift van het verzoekschrift aan de gedaagde.
4. Artikel 7 is niet van toepassing. De arbitragecommissie bestaat uit één arbiter die benoemd wordt door de algemene voorzitter. Tot arbiter mogen alleen worden benoemd personen voorkomend op lijst A als bedoeld in artikel 5 lid 1.
5. Indien mogelijk en opportuun doet de arbitragecommissie op de dag van de mondelinge behandeling uitspraak. Lukt dat niet dan stelt de arbitragecommissie een dag vast waarop de uitspraak zal worden gegeven. De datum van de uitspraak ligt nooit later dan veertien dagen na de mondelinge behandeling.
6. De arbitragecommissie is vrij in toepassing van de artikelen 13 en 14 van dit reglement.
7. Artikelen 16 t/m 20 zijn van overeenkomstige toepassing.

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:48