Home Regle¬≠men¬≠tenStatuten → Artikel 10: Bondsbestuur

Arti­kel 10: Bondsbestuur

1.
a. Het Bondsbestuur bestaat uit tenminste vijf meerderjarige natuurlijke personen, die door de Algemene Ledenvergadering worden gekozen.
b. De leden van het Bondsbestuur mogen niet zijn bestuurder, oprichter, aandeelhouder, toezichthouder of werknemer van een entiteit waarmee de Bond op structurele wijze op geld waardeerbare rechtshandelingen verricht.
c. Het aantal Bondsbestuurders wordt door de Algemene Ledenvergadering vastgesteld.
Indien het aantal Bondsbestuurders beneden het minimum gedaald is, blijft het bestuur bevoegd zolang tenminste twee Bondsbestuursleden in functie zijn. Het bestuur is verplicht te bevorderen dat het bestuur zo spoedig mogelijk weer overeenkomstig deze statuten is samengesteld. Bij ontstentenis of belet van alle Bondsbestuurders berust het bestuur tijdelijk bij √©√©n of meer door de Financi√ęle commissie aan te wijzen persoon/personen.
d. De voorzitter wordt door de Algemene Ledenvergadering in functie gekozen.
2. Kandidaatstelling en wijze van verkiezen en benoemen worden geregeld bij reglement.
3.
a. Iedere Bondsbestuurder treedt vier jaar na zijn verkiezing af, volgens een door het Bondsbestuur op te maken rooster.
Aftredende Bondsbestuurders zijn terstond herkiesbaar.
Bondsbestuurders hebben een maximale aaneengesloten zittingstermijn van twaalf jaar.
b. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk binnen zes weken voorzien. Wie in een tussentijdse vacature is gekozen, neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger.
4. In zijn eerste bestuursvergadering na een bestuursverkiezing verdeelt het Bondsbestuur in onderling overleg de overige functies en stelt voor elke Bondsbestuurder diens taak vast.
5. Iedere Bondsbestuurder is tegenover de Bond gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer Bondsbestuurders hoort, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk tegenover de Bond, tenzij hij bewijst dat de tekortkoming niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
6. De Algemene Ledenvergadering kan een Bondsbestuurder als lid van het Bondsbestuur schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een daartoe strekkend besluit is een meerderheid vereist van ten minste twee derden van de uitgebrachte geldige stemmen. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

Laatst gewijzigd op 13 december 2022 om 15:47